Tip: Start luchtig met “Hoe gaat het met je?” en bespreek daarna achtereenvolgens:
school → werk → begeleiding → privé → toekomst. Zo blijft het gesprek overzichtelijk en rond je positief af.

1. School (theorie)

  • Hoe gaat het met de lessen en opdrachten op school?
  • Begrijp je de stof die behandeld wordt?
  • Lukt het om theorie te koppelen aan je werk in de praktijk?
  • Hoe ervaar je de begeleiding van de docenten?

2. Werk (praktijk)

  • Hoe gaat het met de werkzaamheden op de werkvloer?
  • Krijg je voldoende uitleg en begeleiding van je praktijkopleider?
  • Zijn er bepaalde taken of technieken waar je extra hulp bij nodig hebt?
  • Ervaar je dat je nieuwe dingen leert of doe je vooral herhalende taken?

3. Samenwerking en begeleiding

  • Hoe is de samenwerking met collega’s/leermeester/praktijkopleider/buddy?
  • Voel je je op je gemak om vragen te stellen?
  • Krijg je voldoende feedback op je werk?
  • Mis je iets in de begeleiding?

4. Persoonlijke situatie (thuis / balans)

  • Hoe gaat het met de balans tussen school, werk en vrije tijd?
  • Heb je genoeg tijd en rust om te leren?
  • Zijn er dingen buiten school/werk die het moeilijk maken om je opleiding te volgen?
  • Hoe ervaar je de reistijd en werkdruk?

5. Toekomst / motivatie

  • Wat vind je het leukste om te doen tot nu toe?
  • Waar zou je je verder in willen ontwikkelen?
  • Hoe zie je jezelf over 1 à 2 jaar in dit vak?
  • Wat heb je nodig om gemotiveerd te blijven?